Samenvatting van het artikel: Kwesties in het vormgeven van inductie van startende leraren: aanzet tot een professionele dialoog
Uit Tijdschrift voor Lerarenopleiders 44 (4) 2023, door Helma Oolbekkink-Marchand (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) & Harmen Schaap (Radboud Docenten Academie
Inleiding:
Scholen besteden steeds meer aandacht aan het ontwikkelen van krachtige inductieprogramma’s, met als doel het ondersteunen van startende leraren in hun eerste jaren. Dit draagt bij aan hun welbevinden, betrokkenheid en professionalisering, terwijl het ook uitval voorkomt en bijdraagt aan onderwijskwaliteit. Ondanks positieve effecten blijkt de praktijk weerbarstig, mede door de druk op scholen vanwege het lerarentekort. In zowel Vlaanderen als Nederland zijn de afgelopen jaren initiatieven ondernomen om inductie te verbeteren, zoals samenwerkingen tussen scholen en lerarenopleidingen. Toch is er een gebrek aan een overzicht van de kwesties die spelen bij het ontwerpen van effectieve inductieprogramma’s. Dit artikel identificeert en bespreekt vier van zulke kwesties, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, praktijkverkenningen en expertconsultaties.
Aanpak:
De auteurs hebben een proces doorlopen waarin vijf oorspronkelijke paradoxen, zoals de balans tussen diversiteit en uniformiteit, werden geanalyseerd en geëvalueerd door wetenschappelijke en praktijkexperts. Op basis van de feedback zijn de paradoxen herzien en samengevat tot vier kwesties, met aandacht voor overlapreductie en contextuele invulling. De term ‘kwesties’ werd gekozen om te benadrukken dat het gaat om ontwerpuitdagingen die afwegingen en dialoog vereisen. Het artikel biedt hiermee een theoretisch en praktisch kader om scholen en lerarenopleidingen te ondersteunen bij het vormgeven van krachtige, contextgevoelige inductieprogramma’s die beter aansluiten op de behoeften van starters en de complexe onderwijspraktijk.
Helma Oolbekkink-Marchand
Foto: Eric Scholten
Eigenaarschap
De kwestie van eigenaarschap benadrukt het belang van zowel individueel als collectief eigenaarschap bij inductieprogramma’s voor startende leraren. Individueel eigenaarschap houdt in dat een specifieke persoon verantwoordelijk is voor de begeleiding, terwijl collectief eigenaarschap een gedeelde verantwoordelijkheid binnen de hele school vraagt. Hoewel veel scholen het belang hiervan erkennen, blijft de actieve betrokkenheid vaak beperkt tot een kleine groep, zoals mentoren of buddy’s, terwijl bredere betrokkenheid nodig is om startende leraren echt goed te ondersteunen.
Onderzoek toont aan dat collectief eigenaarschap de netwerkmogelijkheden en verbondenheid van starters vergroot, wat leidt tot meer werktevredenheid, motivatie en een grotere kans om in het beroep te blijven. Het stimuleren van gedeelde verantwoordelijkheid versterkt bovendien het professionele leren binnen teams en draagt bij aan betere ondersteuning van starters.
Praktische tip
Creëer een mentorteam waarin niet alleen docenten, maar ook ondersteunend personeel en leidinggevenden actief deelnemen aan de begeleiding van starters. Organiseer maandelijks korte sessies om ervaringen en ideeën te delen, zodat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor hun succes.
Maatwerk binnen inductieprogramma
De kwestie draait om het vinden van een goede balans tussen een vaststaand inductieprogramma en maatwerk voor starters. Veel scholen bieden geformaliseerde programma’s aan, met activiteiten zoals coaching, intervisie en werktijdreductie, maar deze sluiten niet altijd aan op de diverse behoeften van starters, zoals zij-instromers of afgestudeerden van de lerarenopleiding. Het gevaar van een uniforme aanpak is dat er te weinig ruimte is voor persoonlijke begeleiding, waardoor sommige starters zich minder gezien of ondersteund voelen.
Onderzoek toont aan dat maatwerk essentieel is om starters effectief te begeleiden in hun transitie naar de onderwijspraktijk. Individuele coaching en aandacht voor persoonlijke spanningen en doelen dragen bij aan een snellere vakbekwaamheid, betere leerresultaten bij leerlingen en het welzijn van starters. De groeiende diversiteit onder startende leraren vraagt om flexibele programma’s die ruimte bieden voor individuele behoeften.
Praktische tip
Stel bij de start van het inductieprogramma een persoonlijk ontwikkelingsplan op waarin de specifieke behoeften en doelen van iedere starter centraal staan. Bespreek dit regelmatig in één-op-één-coaching om de begeleiding aan te passen waar nodig.
Complexiteit
De kwestie van complexiteit gaat over de afname van begeleiding in inductieprogramma’s na het eerste jaar, terwijl de verantwoordelijkheden van startende leraren juist toenemen. In het eerste jaar is er vaak sprake van een gestructureerd programma, maar vanaf het tweede jaar wordt de regie meer bij de starter zelf gelegd. Dit gebeurt vanuit de gedachte van autonomie en zelfsturing. Tegelijkertijd ervaren starters in deze periode toenemende spanningen, zoals klassenmanagement en het vinden van hun rol als docent, wat in combinatie met afnemende ondersteuning kan leiden tot overbelasting en een gevoel van isolatie.
Onderzoek wijst erop dat deze snelle overgang zonder voldoende begeleiding de professionele ontwikkeling en motivatie van starters negatief kan beïnvloeden. Het versterken van een cultuur waarin starters zich ondersteund voelen, ook na het eerste jaar, is essentieel om hen te helpen omgaan met de complexiteit van hun werk en om uitval te voorkomen.
Praktische tip
Zorg voor een gestructureerd tweejarenplan waarbij starters ook in hun tweede jaar regelmatige coaching en intervisiemomenten krijgen. Combineer dit met een vast aanspreekpunt, zodat zij begeleiding blijven ervaren en niet het gevoel krijgen er alleen voor te staan.
Startende professional
De kwestie draait om hoe startende leraren worden gepositioneerd binnen de school. Veel starters, waaronder zij-instromers en docenten met eerdere werkervaring, willen niet gezien worden als volledige beginners, maar als professionals met waardevolle kennis en vaardigheden. Wanneer inductieprogramma’s te veel focussen op tekortkomingen en wat starters nog moeten leren, kan dit hun motivatie en gevoel van eigenwaarde negatief beïnvloeden. Een inductiefase waarin de unieke expertise van starters wordt benut, zowel binnen als buiten de klas, versterkt juist hun motivatie en betrokkenheid.
Onderzoek benadrukt dat starters baat hebben bij een balans tussen begeleiding en autonomie. Wanneer zij zich erkend voelen als professional en ruimte krijgen om bij te dragen aan schoolontwikkeling, verhoogt dit hun motivatie en bevordert het hun betrokkenheid bij de school. Dit voorkomt dat zij afhaken door een gevoel van onderschatting of frustratie.
Praktische tip
Erken en benut het professionele potentieel van starters door hen vanaf dag één te betrekken bij vaksecties, projecten of innovaties. Dit stimuleert niet alleen hun groei, maar draagt ook bij aan de ontwikkeling van de school als geheel.
De conclusie van het artikel is dat krachtige inductieprogramma’s bijdragen aan het terugdringen van het lerarentekort, maar alleen effectief zijn als ze bewust ontworpen worden met oog voor maatwerk, differentiatie en een balans tussen structuur en flexibiliteit. Professionele dialoog tussen alle betrokkenen is essentieel om deze programma’s te verbeteren en beter af te stemmen op de behoeften van starters en de onderwijscontext. Het verkennen van de geschetste kwesties helpt om inductietrajecten meer evidence-based en gericht op de lange termijn te maken.